ECLI:NL:CRVB:2010:BM3700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van plichtsverzuim en disciplinaire sancties binnen de Kamer van Koophandel
Betrokkene, werkzaam bij het bestuur van de Kamer van Koophandel Midden-Nederland, werd meerdere malen berispt wegens het niet tijdig verwerken van stukken in het Handelsregister. Na een eerdere berisping in maart 2006 volgde in augustus 2006 opnieuw een ontijdige verwerking, wat leidde tot een schorsingsbesluit en een inhouding van 5% salaris over oktober 2006.
De rechtbank Utrecht vernietigde het bestreden besluit geheel, stellende dat het besluit onbevoegd was genomen en dat de opgelegde sanctie niet evenredig was aan het plichtsverzuim. Zowel betrokkene als het bestuur gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene zich wel degelijk schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim, ondanks zijn inwerkperiode, omdat hij op de hoogte was van zijn verplichtingen en eerder was berispt. De Raad stelt dat het bestuur terecht belang hecht aan tijdige verwerking van gegevens en dat de opgelegde sanctie niet onevenredig is. Tevens vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank voor zover het gehele besluit werd vernietigd en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het strafbesluit in stand blijven.
De Raad vernietigt het besluit dat het bestuur nam ter uitvoering van de rechtbankuitspraak omdat de rechtsgrond daarvoor is komen te vervallen. Proceskostenvergoeding wordt niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 april 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt deels het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat het bestuur terecht een disciplinaire sanctie oplegde wegens plichtsverzuim.