ECLI:NL:CRVB:2010:BM3731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vergoeding van proceskosten na intrekking hoger beroep door appellant
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en trok dit hoger beroep later in, met het verzoek om de commandant te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De commandant had echter al in een eerder besluit proceskosten toegekend.
De Raad stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken en dat het verzoek om proceskostenvergoeding was gedaan. Volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep op verzoek van de indiener in de kosten worden veroordeeld, mits het bestuursorgaan niet al tegemoet is gekomen.
De Raad oordeelde dat geen aanleiding bestond tot vergoeding van meer proceskosten dan reeds toegekend in het besluit van 18 augustus 2009. Daarom wees de Raad het verzoek af en bepaalde dat het onderzoek ter zitting achterwege bleef. De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de commandant al proceskosten heeft toegekend.