ECLI:NL:CRVB:2010:BM3731

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/4295 MAW + 08/5751 MAW +09/5042 MAW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vergoeding van proceskosten na intrekking hoger beroep door appellant

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en trok dit hoger beroep later in, met het verzoek om de commandant te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De commandant had echter al in een eerder besluit proceskosten toegekend.

De Raad stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken en dat het verzoek om proceskostenvergoeding was gedaan. Volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep op verzoek van de indiener in de kosten worden veroordeeld, mits het bestuursorgaan niet al tegemoet is gekomen.

De Raad oordeelde dat geen aanleiding bestond tot vergoeding van meer proceskosten dan reeds toegekend in het besluit van 18 augustus 2009. Daarom wees de Raad het verzoek af en bepaalde dat het onderzoek ter zitting achterwege bleef. De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de commandant al proceskosten heeft toegekend.

Uitspraak

07/4295 MAW
08/5751 MAW
09/5042 MAW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank van ’s-Gravenhage van 7 juni 2007, 06/3558 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Commandant Luchtstrijdkrachten, (hierna: commandant)
Datum uitspraak:6 mei 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P.M. Groenhart, werkzaam bij ACOM, CNV-bond voor militairen te Leusden, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 12 november 2009 heeft voornoemde gemachtigde namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de commandant te veroordelen in de proceskosten.
De commandant heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep
De Raad stelt vast dat voornoemde gemachtigde namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens appellant een verzoek om veroordeling in de proceskosten is gedaan.
De Raad stelt vast dat de commandant in zijn besluit van 18 augustus 2009 proceskosten heeft toegekend. Met de commandant is de Raad van oordeel dat geen aanleiding bestaat tot vergoeding van meer proceskosten dan bij het besluit van 18 augustus 2009 reeds zijn toegekend. Het verzoek moet worden afgewezen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb af.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2010.
(get.) M.C. Bruning.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
HD