ECLI:NL:CRVB:2010:BM3732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering medische en arbeidskundige gronden
Appellant, die sinds 15 september 2004 wegens rugklachten arbeidsongeschikt is, vordert toekenning van een WIA-uitkering. Het UWV heeft dit geweigerd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zowel in eerste aanleg als in bezwaar werd dit besluit gehandhaafd. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en het oordeel van de verzekeringsartsen juist.
In hoger beroep betwist appellant dat zijn psychische beperkingen voldoende zijn meegewogen, wijzend op rapporten van zijn psychotherapeut en psychiater. De Raad laat een aangepast functionele mogelijkhedenlijst (FML) zien met beperkingen op persoonlijk risico en vervoer, maar stelt dat de arbeidskundige functies waarop de schatting is gebaseerd deels niet gehandhaafd kunnen worden.
De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige motivering pas in hoger beroep deugdelijk is gegeven, waardoor het bestreden besluit strijdig is met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. De Raad vernietigt het besluit en de aangevallen uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit intact. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.