ECLI:NL:CRVB:2010:BM3860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering toeslag één-oudergezin wegens onvoldoende motivering
Appellante kreeg een toeslag voor een één-oudergezin over 2005 toegekend, die de Minister later terugvorderde op grond van het oordeel dat zij niet alleenstaand was. Dit besluit was gebaseerd op een verklaring van de Sociale Verzekeringsbank en inschrijvingen in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) waaruit bleek dat appellante en haar partner op hetzelfde adres stonden ingeschreven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van de Minister onvoldoende is gemotiveerd omdat het uitsluitend steunt op de verklaring van de SVB zonder nadere onderbouwing, wat strijdig is met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro.
Desondanks acht de Raad op basis van de feiten, waaronder het gezamenlijk hoofdverblijf en het feit dat uit hun relatie een kind is geboren, voldoende grond aanwezig om aan te nemen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Daarom laat de Raad de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Tot slot veroordeelt de Raad de Minister in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de toeslag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.