ECLI:NL:CRVB:2010:BM3864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbetalingsplicht prestatiebeurs bij niet behalen diploma na nominale studieduur
Appellant heeft studiefinanciering genoten in de vorm van een prestatiebeurs voor twee opleidingen: Nederlands Recht (1998-2002) en Geneeskunde (2004-2006). Hij behaalde het diploma voor Nederlands Recht, maar niet voor Geneeskunde. De Minister besloot dat de prestatiebeurs voor de periode van de studie Geneeskunde moest worden terugbetaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van de Minister, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat de volledige prestatiebeurs, inclusief die voor Geneeskunde, moest worden omgezet omdat de wet dit dwingend voorschrijft.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat de wetgever bij de invoering van de prestatiebeurs een systeem voor ogen had waarbij omzetting gekoppeld is aan het behalen van een diploma binnen de nominale cursusduur van vier jaar. Voor een studie die langer duurt zonder diploma is omzetting niet verenigbaar met de bedoeling van de wetgever. De Raad wees ook op specifieke wettelijke bepalingen die studerenden beschermen bij studieomschakeling.
Daarom werd het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugbetalingsplicht van de prestatiebeurs voor de studie zonder diploma bevestigd.