ECLI:NL:CRVB:2010:BM3875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard na een verkeersongeval in 1998, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na herbeoordeling in 2006 door verzekeringsarts De Wild werden beperkingen vastgesteld zonder urenbeperking, waarna de WAO-uitkering werd ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, met name dat zij niet voltijds kon werken. Diverse medische rapporten, waaronder van neuroloog Stenvers, werden ingebracht, maar de bezwaarverzekeringsartsen concludeerden dat de beperkingen zoals vastgesteld voldoende medisch onderbouwd waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en objectief is uitgevoerd en dat er geen voldoende objectieve medische gegevens zijn die een zwaardere beperking rechtvaardigen. De diagnose postwhiplash syndroom is onvoldoende onderbouwd om de beperkingen uit te breiden.
De Raad concludeert dat appellante op de datum van het bestreden besluit in staat was de functies te vervullen die bij de schatting zijn betrokken en bevestigt daarmee de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische grondslag voor verdergaande beperkingen.