ECLI:NL:CRVB:2010:BM3888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake toekenning en terugvordering WAO-uitkering met arbeidsongeschiktheid 25-35%
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar van betrokkene tegen een WAO-besluit gegrond had verklaard en het UWV had opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Betrokkene was met ingang van 18 juni 2004 een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV had daarna onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het UWV onvoldoende uitvoering had gegeven aan de eerdere uitspraak van de Raad van 25 april 2008. De Raad stelde dat het UWV met het arbeidskundige rapport van 8 augustus 2008 voldoende had toegelicht dat de geduide functies medisch geschikt waren voor betrokkene, ondanks beperkingen in het gebruik van de rechterarm. Een nieuw medisch onderzoek was niet verplicht.
De Raad bevestigde dat de uitkering terecht was vastgesteld op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid en dat de terugvordering van onverschuldigde betalingen terecht was. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van het UWV tegen de bestreden besluiten ongegrond.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 mei 2010, waarbij geen proceskostenveroordeling werd opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de beroepen tegen de bestreden besluiten worden ongegrond verklaard.