ECLI:NL:CRVB:2010:BM3890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten na eerdere weigering
Appellant, die sinds 1993 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten, vroeg in 2007 een Wajong-uitkering aan. Het Uwv kwalificeerde deze aanvraag als een verzoek om terug te komen op het besluit van 1 juli 1994, waarin een arbeidsongeschiktheidsuitkering werd geweigerd wegens onvoldoende mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het Uwv ten onrechte zijn aanvraag als verzoek tot herziening had aangemerkt en dat een nieuwe wachttijdbeoordeling had moeten plaatsvinden.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 29 Wajong Pro de uitkering niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de aanvraagdatum, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, welke hier niet zijn vastgesteld. Verder staat het besluit van 1994, bevestigd door de uitspraak van de rechtbank in 1995, in de weg aan toekenning van een uitkering vanaf 2006. Er zijn geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die aanleiding geven tot twijfel aan het eerdere besluit.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.