ECLI:NL:CRVB:2010:BM3936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verhaalsbesluiten UWV wegens ontbreken toerekeningsbesluit bij eigen risicodragerschap WAO
Appellante, een werkgever, werd door het UWV toestemming verleend om vanaf 1 juli 2004 het risico van betaling van WAO-uitkeringen zelf te dragen. Later legde het UWV verhaalsbesluiten op waarin appellante werd verplicht terug te betalen voor WAO-uitkeringen en vakantiegeld aan een werknemer.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten met het argument dat zij geen aanvraag had gedaan en geen toestemmingsbesluit had ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante eigen risicodrager was geworden en op de hoogte was van de situatie.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het toestemmingsbesluit wel degelijk aan appellante was toegezonden en dat de ontkenning van ontvangst ongeloofwaardig was. Echter concludeerde de Raad dat het voor het nemen van verhaalsbesluiten noodzakelijk is dat een toerekeningsbesluit is genomen, hetgeen ontbrak in deze zaak.
Daarmee oordeelde de Raad dat de verhaalsbesluiten zonder een deugdelijke wettelijke grondslag waren genomen en vernietigde het bestreden besluit en de verhaalsbesluiten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
De Raad gaf aan dat indien het UWV alsnog een toerekeningsbesluit neemt, de inhoudelijke aspecten van het verhaal niet onjuist lijken, maar in deze procedure ontbrak de noodzakelijke wettelijke basis.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en de verhaalsbesluiten wegens het ontbreken van een toerekeningsbesluit en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.