ECLI:NL:CRVB:2010:BM4034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidsprocedures
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam over zijn aanspraken op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De Centrale Raad van Beroep heeft in eerdere uitspraken vastgesteld dat de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke en rechterlijke fase van deze procedures is overschreden.
De Raad heeft het onderzoek heropend om een nadere uitspraak te doen over de schadevergoeding wegens deze overschrijding, waarbij zowel de Staat als het UWV als partijen zijn betrokken. De Raad heeft overwogen dat de overschrijding van de redelijke termijn moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit van de zaak, het gedrag van partijen en de duur van de procedures.
De Raad heeft geoordeeld dat de langere behandelingsduur in de eerste procedure deels gerechtvaardigd is vanwege uitstelverzoeken van betrokkene, maar dat de totale duur de redelijke termijn met ruim vier jaar heeft overschreden. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €5.000, waarvan €2.000 ten laste van de Staat en €3.000 ten laste van het UWV komen. Tevens worden de proceskosten van €322 aan beide partijen toegerekend.
De Raad benadrukt dat in schadeprocedures over overschrijding van de redelijke termijn de beoordeling moet plaatsvinden op het moment van de uitspraak waarop het inhoudelijke geschil is geëindigd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en is openbaar uitgesproken op 4 mei 2010.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van samen €5.000 schadevergoeding en proceskosten aan betrokkene wegens overschrijding van de redelijke termijn.