ECLI:NL:CRVB:2010:BM4096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon bij heropening WAO-uitkering na detentie
Appellant ontving een WAO-uitkering met een oorspronkelijk vastgesteld dagloon in 2001, waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. Na intrekking van de uitkering wegens detentie werd deze heropend per diverse data in 2004 en 2005, waarbij het UWV het dagloon indexeerde en een hoger vervolgdagloon vaststelde.
Appellant maakte bezwaar tegen het vermelde dagloon bij heropening, stellende dat het oorspronkelijke dagloon onjuist was vastgesteld. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het dagloon in het besluit slechts informatief was en niet voor beroep vatbaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, met de overweging dat de grieven buiten de omvang van het geding vielen. In hoger beroep bevestigde de Raad dat bij heropening van de WAO-uitkering het oorspronkelijk vastgestelde dagloon als uitgangspunt geldt, en dat alleen indexering en tussentijdse verdiensten tot een hoger dagloon kunnen leiden.
De Raad oordeelde dat de vaststelling van het dagloon in 2001 in rechte onaantastbaar is geworden en dat de bezwaren van appellant tegen dit oorspronkelijke dagloon niet tot het gewenste resultaat kunnen leiden. De aangevallen uitspraak wordt met verbetering van gronden bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het oorspronkelijk vastgestelde dagloon bij heropening van de WAO-uitkering als uitgangspunt geldt en dat bezwaren tegen dit dagloon niet tot herziening leiden.