ECLI:NL:CRVB:2010:BM4113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding vanaf juni 2000
Appellanten ontvingen elk een AOW-pensioen voor ongehuwden. Na een tip over samenwoning startte de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek, waarbij op 8 en 12 november 2007 verklaringen werden afgelegd die wezen op gezamenlijke huishouding vanaf juni 2000.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de herzieningsbesluiten van de Svb ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij niet aan hun verklaringen gehouden konden worden, maar de Raad volgde dit niet en hechtte waarde aan de ondertekende processen-verbaal.
De Raad oordeelde dat aan de objectieve criteria van gezamenlijke huishouding was voldaan: hoofdverblijf in dezelfde woning en wederzijdse zorg, waaronder gezamenlijke kosten en verzorging bij ziekte. Er waren geen dringende redenen om van herziening af te zien.
Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraken en wees de beroepen van appellanten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-pensioenen wegens gezamenlijke huishouding vanaf juni 2000 en wijst het hoger beroep af.