ECLI:NL:CRVB:2010:BM4242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde beroep in tegen besluiten van het UWV waarin haar het recht op uitkering ingevolge de WIA en de Ziektewet werd ontzegd. De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapporten voldoende had gemotiveerd dat het psychiatrisch rapport van psychiater Hassing geen aanleiding gaf tot zwaardere beperkingen dan reeds vastgesteld.
De Raad vond de door de psychiater vastgestelde GAF-score van 60 en de urenbeperking van 6 uur per dag verenigbaar met de medische gegevens. Arbeidskundige bezwaren van appellante werden niet onderbouwd met medische gegevens. De rechtbank had het bezwaar tegen het WIA-besluit vernietigd wegens procedurele tekortkomingen, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante onvoldoende had aangetoond niet 30 uur per week te kunnen werken in de geselecteerde functies. Ook de weigering van het UWV om beperkingen te erkennen op grond van lichamelijke klachten werd door de Raad bevestigd. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WIA- en Ziektewet-uitkeringen wegens onvoldoende onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.