ECLI:NL:CRVB:2010:BM4251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 14 april 2003 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellant niet woonachtig zou zijn op het opgegeven adres, voerde de gemeente Zoetermeer een onderzoek uit. Dit onderzoek omvatte dossieronderzoek, opvraging van gegevens bij nutsbedrijven, buurtonderzoek, huisbezoek en getuigenverhoren.
Op basis van de bevindingen, waaronder extreem laag water- en gasverbruik en een huisbezoek waarbij appellant verklaarde overdag elders te verblijven, concludeerde het College dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Hierdoor werd de inlichtingenverplichting geschonden. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot intrekking en terugvordering. De door appellant aangevoerde sociale gevolgen en privacybezwaren werden niet aannemelijk geacht. De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.