ECLI:NL:CRVB:2010:BM4255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand van augustus 2004 tot oktober 2005. Uit onderzoek bleek dat de watervoorziening op het opgegeven woonadres sinds juli 2005 was afgesloten, wat duidt op afwezigheid van feitelijk verblijf. Tijdens een huisbezoek in oktober 2005 werden aanwijzingen gevonden dat appellant niet op het opgegeven adres woonde.
Het College trok de bijstand over de periode van juli tot oktober 2005 in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar deed dit zonder appellant de mogelijkheid te geven zijn grieven op een zitting toe te lichten, wat een procedurefout was.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank vanwege deze procedurefout, maar zag geen reden tot terugwijzing omdat de feiten en het recht duidelijk waren. De Raad bevestigde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door onjuiste informatie te verstrekken en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd.