ECLI:NL:CRVB:2010:BM4259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende bijstandsverlening wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontving vanaf december 2001 bijstand op grond van de WWB. Na een besluit van het dagelijks bestuur dat appellant vanaf juni 2006 geen recht meer had op bijstand wegens het niet verstrekken van inlichtingen, werd bezwaar gemaakt dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 13 juni 2006, maar het dagelijks bestuur kende deze toe vanaf 11 december 2006, de datum van de aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat psychische problemen hem belemmerden om eerder een aanvraag te doen, maar dit werd niet ondersteund door objectieve medische gegevens. De Raad stelde vast dat appellant wel op 27 oktober 2006 bezwaar had gemaakt, waardoor het niet aannemelijk was dat hij niet kon aanvragen.
De Raad bevestigde het uitgangspunt dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Omdat deze niet waren aangetoond, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.