ECLI:NL:CRVB:2010:BM4541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens loondoorbetalingsverplichting werkgever
Appellant was sinds 4 oktober 2005 arbeidsongeschikt en werd op 1 juni 2006 hersteld verklaard waarna het dienstverband werd beëindigd. De werkgever meldde de ziekte bij het UWV met het verzoek om een Ziektewet-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de werkgever volgens de loondoorbetalingsverplichting het loon moest doorbetalen. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare termijnoverschrijding.
Appellant diende vervolgens een herhaalde aanvraag in voor ziekengeld per 1 juni 2006, die het UWV ook afwees. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bezwaar tegen de eerdere weigering niet-ontvankelijk was en dat het UWV terecht geen hoorzitting hield bij de bezwaarprocedure omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de eerdere afwijzing in rechte onaantastbaar is en dat de herhaalde aanvraag geen nieuwe feiten bevatte die herziening rechtvaardigen. Het UWV heeft terecht het bezwaar ongegrond verklaard en mocht afzien van een hoorzitting. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.