ECLI:NL:CRVB:2010:BM4636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving vanaf 22 juli 1999 bijstand naast zijn arbeidsinkomsten. Naar aanleiding van een melding over een onbekende bankrekening bij ABN/AMRO met een aanzienlijk saldo, startte de Sociale Recherche een onderzoek. Dit leidde tot een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om de bijstand over de periode van 22 juli 1999 tot 16 november 2005 in te trekken en de kosten van bijstand van € 54.900,32 terug te vorderen.
De rechtbank vernietigde dit besluit deels omdat de verkeerde wetgeving was toegepast voor de periode vóór 1 januari 2004, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant voerde verweer tegen de handhaving van de rechtsgevolgen. De Raad bevestigt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door het niet melden van de ABN/AMRO rekening en dat het vermogen gedurende de gehele periode de geldende vermogensgrens overschreed.
De schuld die appellant stelde te hebben aan een derde is niet aannemelijk gemaakt en kon niet worden verrekend met het vermogen. Het College was bevoegd en heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van de intrekkings- en terugvorderingsbevoegdheid. De Raad ziet geen reden om het hoger beroep toe te wijzen en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.