ECLI:NL:CRVB:2010:BM4657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging kinderbijslag wegens niet tijdige aanvraag en inschrijving
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn dochter die tijdelijk in Pakistan verbleef. De betaling werd stopgezet vanaf het tweede kwartaal van 2002 omdat de dochter niet op het adres van appellant was ingeschreven. Appellant betwistte dit en vroeg om terugwerkende toekenning van kinderbijslag tot 2001/2002, met het argument dat hij door gezondheidsklachten niet eerder een aanvraag kon indienen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat onbekendheid met de regels en gezondheidsklachten niet voldoende waren om een terugwerkende kracht toe te kennen. In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten hem belemmerden en dat hij geen hulp kon inroepen.
De Raad oordeelde dat de medische verklaringen onvoldoende waren om te concluderen dat appellant geheel niet in staat was een aanvraag te doen. Ook was het tegenstrijdig dat appellant wel geld leende van kennissen. De Raad bevestigde dat de veronderstelling van appellant over terugwerkende kracht voor zijn rekening bleef en dat onbekendheid met de regels geen bijzonder geval vormde. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2002 wordt bevestigd en het verzoek om terugwerkende toekenning afgewezen.