ECLI:NL:CRVB:2010:BM5023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 14 augustus 2001. Na een signaal van de belastingdienst over een girorekening met een aanzienlijk saldo, stelde het College een onderzoek in waaruit bleek dat appellanten grote bedragen stortten en opnamen zonder hierover volledige informatie te verstrekken.
Het College schortte de bijstand op en trok deze later in voor de periode van 1 januari 2004 tot 1 december 2006, met terugvordering van de kosten. De rechtbank oordeelde dat de intrekking deels terecht was en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen.
Het College beperkte de intrekking tot 1 januari 2004 tot 19 december 2005 en stelde de terugvordering vast. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor de opschorting en bevestigde de intrekking en terugvordering over de genoemde periode.
De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door geen melding te maken van de girorekening en de herkomst en besteding van gelden onvoldoende te verduidelijken. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Ook bleek dat het saldo de vermogensgrens overschreed, waardoor appellanten geen recht op bijstand hadden.
De Raad bevestigde het College's bevoegdheid tot intrekking en terugvordering en verklaarde het beroep tegen het besluit van 1 april 2008 ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk voor opschorting en ongegrond voor intrekking en terugvordering bijstand over 1 januari 2004 tot 19 december 2005.