ECLI:NL:CRVB:2010:BM5058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid tot arbeid als secretaresse
Appellante was laatstelijk werkzaam als secretaresse en ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding met darmklachten. Op 1 oktober 2007 werd zij door een verzekeringsarts hersteld verklaard, waarna haar uitkering werd ingetrokken. Het bezwaar tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsartsen haar gezondheidstoestand te positief hadden beoordeeld en dat nieuwe medische gegevens een ander oordeel rechtvaardigen. Het UWV stelde dat volgens artikel 19 ZW Pro bepalend is of betrokkene ongeschikt is tot haar laatst verrichte arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen beschikten over voldoende medische gegevens, waaronder een praktische werkomschrijving en rapporten van behandelend specialisten, en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De subjectieve klachten van appellante konden niet leiden tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd omdat betrokkene geschikt is voor haar laatst verrichte arbeid als secretaresse.