ECLI:NL:CRVB:2010:BM5116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning ouderdomspensioen vanaf 2000 op grond van AOW
Appellant, woonachtig in Canada, had een aanvraag ingediend voor een Canadees pensioen waarbij hij melding maakte van zijn Nederlandse pensioenverzekering. Kort voor de zitting bleek uit navraag bij het Canadese uitvoeringsorgaan dat op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Canada toen een aanvraagprocedure in Nederland had moeten worden gestart.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) had appellant aanvankelijk een ouderdomspensioen toegekend met ingang van oktober 2003 en verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit in haar uitspraak van 28 juli 2008.
Tijdens het hoger beroep stelde de Svb dat het besluit op bezwaar niet op goede gronden was genomen en dat appellant al vanaf september 2000 in aanmerking komt voor een ouderdomspensioen. De Raad vernietigde daarom de aangevallen uitspraak en het besluit op bezwaar, en bepaalde dat de Svb een nieuw besluit op bezwaar moet nemen waarin het ouderdomspensioen met ingang van september 2000 wordt toegekend.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bepaalde tevens dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: Het ouderdomspensioen wordt met ingang van september 2000 toegekend aan appellant.