ECLI:NL:CRVB:2010:BM5133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering na bereiken 18-jarige leeftijd jongste kind
Appellante ontving vanaf december 2004 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) vanwege het overlijden van haar echtgenoot. Deze uitkering werd op 22 juni 2007 beëindigd omdat haar jongste kind de leeftijd van 18 jaar had bereikt. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat haar gezondheidstoestand haar arbeidsongeschikt maakte en dat zij zorg droeg voor een zoon met een organisch psychosyndroom.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) liet een medisch en arbeidskundig onderzoek uitvoeren door ClientFirst. Dit onderzoek concludeerde dat appellante in augustus 2007 niet als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken buiten staat was om ten minste 55% van het loon te verdienen dat vergelijkbare gezonde personen verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de zorg voor haar zoon niet relevant was voor haar medische situatie.
In hoger beroep voerde appellante opnieuw aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische klachten, met name de ziekte van Ménière die in 1998 was vastgesteld. De Raad stelde vast dat deze diagnose niet doorslaggevend was en dat er in augustus 2007 geen aanwijzingen waren dat deze ziekte haar arbeidsvermogen beperkte. Klachten zoals duizeligheid speelden pas vanaf augustus 2008 een rol, waardoor deze niet konden worden meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitkering werd daarmee terecht beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de nabestaandenuitkering omdat appellante niet arbeidsongeschikt is en het jongste kind 18 jaar is geworden.