ECLI:NL:CRVB:2010:BM5154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht statutair directeur en heffing griffierecht in hoger beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan over twee hoofdpunten: de heffing van griffierecht bij hoger beroep en de verzekeringsplicht van een statutair directeur. Appellante voerde aan dat slechts éénmaal griffierecht verschuldigd zou zijn omdat het om samenhangende besluiten ging, maar de Raad wees dit af op grond van artikel 22 van Pro de Beroepswet.
Daarnaast onderzocht de Raad of de statutair directeur, [S.], als directeur-grootaandeelhouder (DGA) kon worden aangemerkt, wat zou betekenen dat hij niet verzekeringsplichtig zou zijn. De Raad concludeerde dat de aandelenverdeling onder alle aandeelhouders bepalend is en niet alleen die onder bestuurders. Gezien de feitelijke verdeling was [S.] niet DGA en stond hij onder werkgeversgezag, zodat hij wel verzekeringsplichtig was.
De Raad verwierp het subsidiaire verweer dat er geen werkgeversgezag zou zijn, omdat [S.] als statutair directeur kan worden ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders en dus onder gezag staat. Er waren geen concrete feiten die wezen op het ontbreken van werkgeversgezag. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tweemaal griffierecht verschuldigd is en dat de statutair directeur niet als DGA kwalificeert en onder werkgeversgezag valt.