Uitspraak
PROCESVERLOOP
II.OVERWEGINGEN
De vraag naar de onevenredigheid van het ontslag komt hierna aan de orde.
III. BESLISSING
Bepaalt dat de staatssecretaris aan appellant het door hem betaalde griffierecht van in totaal € 359,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam bij de Koninklijke Marine en werd ontslagen wegens wangedrag, waaronder het doen van zijn behoefte in een liftschacht onder invloed van alcohol, het ongeoorloofd bezit van een frituurpan en alcoholische dranken, ongeoorloofd afwezig zijn en dienstweigering. De staatssecretaris van Defensie legde op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) een strafontslag op.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat twee van de feiten waarvoor appellant was gestraft reeds tuchtrechtelijk waren bestraft, waardoor sprake was van dubbele bestraffing in strijd met het ne bis in idem-beginsel. Tevens was het opgelegde ontslag niet evenredig aan de ernst van de resterende gedragingen.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het eerdere ontslagbesluit, herroept het ontslag en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant. De verbintenis van appellant met de Koninklijke Marine wordt geacht van rechtswege te zijn geëindigd op de oorspronkelijke einddatum.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens wangedrag wordt vernietigd en herroepen wegens dubbele bestraffing en disproportionaliteit.