ECLI:NL:CRVB:2010:BM5916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 27 mei 2008 bevestigde. Zij voerde aan dat de verzekeringsartsen ten onrechte haar medische beperkingen onvoldoende hadden vastgesteld, met name met betrekking tot het handelingstempo in haar functies als assembly worker en afbiester.
De Raad verwijst naar het verweerschrift van het UWV en de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige waarin is uiteengezet dat het handelingstempo in de functies binnen de mogelijkheden van appellante ligt. De Raad onderschrijft deze beoordeling en stelt zich achter de overwegingen van de rechtbank dat het besluit van het UWV op een juiste medische en arbeidskundige grondslag berust.
Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2010.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.