ECLI:NL:CRVB:2010:BM5944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellante was werkzaam als officemanager toen zij wegens nek- en rugklachten uitviel. Na de wettelijke wachttijd weigerde het UWV haar een WAO-uitkering op basis van een arbeidsdeskundig rapport dat haar geschikt achtte voor meerdere functies. Later meldde zij zich wegens psychische klachten ziek, waarop het UWV besloot dat zij per 25 september 2007 geschikt was voor de functie van schadecorrespondent en haar ziekengeld stopzette.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond omdat het UWV een onjuiste maatstaf hanteerde. Het UWV stelde daarop opnieuw vast dat appellante geschikt was voor haar functie als officemanager. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, onderbouwd met medische rapporten en indicatiebesluiten. De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de maatstaf voor geschiktheid de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid is, tenzij na wachttijd een WAO-beoordeling geldt. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid per 25 september 2007.
De Raad achtte de aanvullende medische informatie onvoldoende om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te weerleggen, mede omdat deze informatie betrekking had op een latere datum dan de peildatum. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 25 september 2007 geschikt is voor haar maatgevende arbeid en geen recht meer heeft op ziekengeld.