ECLI:NL:CRVB:2010:BM5953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing herziening WAO-uitkering wegens ontbreken splitsing verleden en toekomst
Appellant verzocht het UWV om herberekening van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van 19 oktober 1985, stellende dat bij de oorspronkelijke berekening een rekenfout was gemaakt en onjuiste loongegevens werden gehanteerd. Het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het besluit van het UWV niet in stand kan blijven omdat het geen onderscheid heeft gemaakt tussen de periode vóór het verzoek en de periode daarna, terwijl dit volgens vaste rechtspraak wel vereist is. Voor het verleden geldt dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd, waardoor afwijzing gerechtvaardigd is, maar voor de toekomst moet een zorgvuldige belangenafweging plaatsvinden.
De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 9 mei 2008 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.