ECLI:NL:CRVB:2010:BM5973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na ingetrokken strafontslag tramconducteur
Appellante, voormalig tramconducteur bij het GVB, kreeg op 11 mei 2005 strafontslag. Dit ontslagbesluit werd op 10 januari 2006 ingetrokken en het achterstallige salaris over 2005 werd uitbetaald. Appellante vorderde vervolgens vergoeding van wettelijke rente en een schadevergoeding van €20.000 netto wegens materiële en immateriële schade.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en het college wees het verzoek om schadevergoeding af, behalve de wettelijke rente van €380,99. In hoger beroep stelde appellante dat zij door het ontslag en de financiële problemen ernstige spanningsklachten en psychische problemen had opgelopen.
De Raad overweegt dat de schadevergoeding wegens salarisvertraging beperkt is tot wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro. Voor immateriële schade is onvoldoende gebleken van geestelijk letsel als bedoeld in artikel 6:106 BW Pro; psychisch onbehagen en wrokgevoelens zijn niet toereikend. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding behalve wettelijke rente.