ECLI:NL:CRVB:2010:BM5979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid en benoeming afdelingsmanager bij gemeente Boarnsterhim
Appellante, sinds 1995 werkzaam bij de gemeente Boarnsterhim, maakte in 2006 aanspraak op de nieuw ingestelde functie van afdelingsmanager na een reorganisatie. Zij onderging een assessment en een gesprek met de plaatsingscommissie, die haar in algemene zin geschikt achtte, maar met belangrijke aandachtspunten en ontwikkelpunten.
Het college besloot appellante niet te benoemen vanwege twijfels over haar directe inzetbaarheid, mede gebaseerd op het advies van de plaatsingscommissie en het assessment. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het college beoordelingsvrijheid heeft en dat de rechterlijke toetsing terughoudend is. Gezien de rol van de afdelingsmanager en de noodzaak van directe inzetbaarheid was het college gerechtigd te twijfelen aan de geschiktheid van appellante.
De Raad oordeelde dat het Reglement plaatsingsprocedure een bijzondere regeling is die losstaat van het Sociaal Statuut, en dat de beoordeling zich richt op geschiktheid en niet op passendheid. De Raad wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad kende geen vergoeding van proceskosten toe en deed uitspraak in het openbaar op 6 mei 2010.
Uitkomst: Het college mocht in redelijkheid besluiten appellante niet te benoemen als afdelingsmanager vanwege twijfels over haar directe inzetbaarheid.