ECLI:NL:CRVB:2010:BM6025
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.L.C. Hermans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende psychische invaliditeit
Appellante, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van lichamelijke en psychische klachten die zij toeschrijft aan haar oorlogservaringen tijdens de Bersiap-periode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat, hoewel zij door oorlogsgeweld was getroffen, niet was voldaan aan de eis van blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit. Psychische klachten waren vastgesteld als kenmerken van een posttraumatische stressstoornis, maar deze beperkten haar slechts in geringe mate in het dagelijks functioneren. Andere klachten werden niet aan de oorlogservaringen toegeschreven.
De Raad overwoog dat het medisch advies van arts Kho, gebaseerd op uitgebreid onderzoek en informatie van behandelaars, geen aanwijzingen gaf voor ernstige beperkingen. Appellante functioneerde sociaal goed, had een actief sociaal leven en ondervond geen ernstige psychische beperkingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en liet de beoordeling van de relatie tussen persoonlijkheidsproblematiek en oorlogservaringen voor een eventueel toekomstig geval.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 mei 2010.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende psychische invaliditeit voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer.