ECLI:NL:CRVB:2010:BM6240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na weigering medewerking deskundigenonderzoek
Appellante, woonachtig in Schotland, was sinds 1997 arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering op grond van de WAO. Na een herbeoordeling stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid bij van 80-100% naar 55-65%, wat tot bezwaar en beroep leidde. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering van de vertaling van medische rapportages naar de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Ter uitvoering van het vonnis nam het UWV een nieuw besluit waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65-80%. De Raad besloot het onderzoek te heropenen en een deskundige te benoemen, maar appellante weigerde zonder geldige reden mee te werken aan het psychiatrisch onderzoek. Hierdoor werd de twijfel over haar beperkingen niet in haar voordeel uitgelegd.
De Raad oordeelde dat de door het UWV vastgestelde belastbaarheid niet onjuist is en dat de laatst opgestelde FML als uitgangspunt dient. De Raad verwierp ook de arbeidskundige bezwaren van appellante en concludeerde dat de overige functies geschikt zijn. Het hoger beroep slaagde niet, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarbij het beroep tegen het besluit van 14 maart 2008 ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot herziening van haar WAO-uitkering bevestigd.