ECLI:NL:CRVB:2010:BM6316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf buitenland langer dan vier weken
Appellante ontving bijstand sinds 2002 en werd op grond van een anonieme melding onderzocht vanwege vermoedens van zwartwerken en frequente reizen naar de Dominicaanse Republiek. Uit onderzoek bleek dat zij van 27 december 2005 tot 18 januari 2006 betalingen in dat land deed en dat haar paspoort een inreisstempel van 11 november 2005 en een uitreisstempel van 18 januari 2006 bevatte.
Het College van burgemeester en wethouders van Arnhem trok de bijstand over de periode 9 tot en met 31 december 2005 in omdat appellante langer dan de toegestane vier weken in het buitenland verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de inreisdatum onjuist was en zij pas op 11 december 2005 was ingereisd, waarbij zij een trip summary overlegde.
De Raad oordeelde dat een inreisstempel in het paspoort de vooronderstelling rechtvaardigt dat de houder op die datum het land is binnengekomen. Appellante moest aannemelijk maken dat dit niet het geval was, maar slaagde daar niet in. De trip summary was slechts een ontvangstbewijs zonder paspoortnummer en kon niet bewijzen dat zij niet op 11 november 2005 was ingereisd. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland wordt bevestigd.