ECLI:NL:CRVB:2010:BM6360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eerdere ingang verhoging WAO-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Appellant ontvangt sinds 1972 een WAO-uitkering en vroeg in 1975 om verhoging wegens hulpbehoevendheid tot 100% van de grondslag. Na opname in een inrichting in 1991 werd deze verhoging per 1 februari 1992 beëindigd. In 1993 verhuisde appellant naar een Fokuswoning met 24-uurs ADL-hulp. In 2006 wees het UWV een aanvraag tot verhoging af, maar in 2007 werd bezwaar gegrond verklaard met ingang van 1 april 2005.
Appellant verzocht vervolgens om herziening van de ingangsdatum van de verhoging, wat door het UWV werd vastgesteld op 17 november 2004. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen bijzonder geval als bedoeld in artikel 35 lid 2 WAO Pro was aangetoond en een aanvraag vereist is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellant sinds 1993 meerdere keren contact had met UWV en dat er geen bewijs is dat hij of derden niet in staat waren een aanvraag te doen. De verhuizing naar de Fokuswoning gaf geen aanleiding tot ambtshalve verhoging. De wettelijke systematiek vereist een aanvraag en een verhoging kan niet eerder ingaan dan een jaar voor die aanvraag, tenzij sprake is van een bijzonder geval, wat hier niet is vastgesteld.
Uitkomst: De verhoging van de WAO-uitkering wegens hulpbehoevendheid gaat niet eerder in dan 17 november 2004; het beroep wordt ongegrond verklaard.