ECLI:NL:CRVB:2010:BM6740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens ongeschiktheid eigen werk
Appellante, werkzaam als internationaal vrachtwagenchauffeur, viel uit wegens ziekte en werd aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Het UWV stelde haar echter geschikt voor het eigen werk en beëindigde de uitkering per 15 februari 2005. Appellante maakte bezwaar en voerde medische beperkingen aan, waaronder fibromyalgie en gezichtsproblemen, die haar ongeschiktheid voor het werk onderbouwen.
De rechtbank handhaafde het besluit van het UWV, maar in hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het dossier opnieuw beoordeeld. De Raad liet een deskundige een aanvullend onderzoek uitvoeren en concludeerde dat appellante niet geschikt was voor haar eigen werk, mede gelet op bevindingen van de Arbodienst, huisarts en de Duitse arts Witow-Mentgen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35 tot 45%, gebaseerd op een theoretische schatting van passende functies en loonwaarde. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35 tot 45%.