ECLI:NL:CRVB:2010:BM6999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 15 oktober 2007 waarin werd vastgesteld dat zij per 8 oktober 2007 geen recht had op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Dit bezwaar werd bij besluit van 2 februari 2009 ongegrond verklaard door het UWV. Vervolgens heeft appellante hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
In het hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat. De Raad heeft dit onderzocht en geen aanknopingspunten gevonden die deze stelling ondersteunen. De medische informatie in het dossier ondersteunt niet dat appellante op de datum in geschil medisch meer beperkt was dan aangenomen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.
Daarnaast heeft de Raad beoordeeld of de aan appellante voorgelegde functies haar belastbaarheid overschrijden. Uitgaande van de Functionele Mogelijkheden Lijst van 27 januari 2009 is geen reden gevonden om aan te nemen dat deze functies haar belastbaarheid te boven gaan. Ook de arbeidskundige onderbouwing van de rechtbank wordt door de Raad volledig onderschreven.
De Raad komt tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen van 5 november 2009. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.