ECLI:NL:CRVB:2010:BM7034
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.L.C. Hermans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag burger-oorlogsslachtoffer wegens ondeugdelijke grondslag
Appellant, geboren in 1939, diende in juni 2007 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze aanvraag werd door verweerster afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat appellant getroffen was door oorlogsgeweld.
De Raad beoordeelde of het besluit stand kon houden. Appellant bracht naar voren dat hij tijdens de Japanse bezetting vrijheidsberoving, bombardementen en beschietingen had meegemaakt en getuige was geweest van mishandeling van zijn vader. De Raad oordeelde dat vrijheidsberoving niet onder de Wubo viel en dat er onvoldoende bewijs was voor directe betrokkenheid bij bombardementen en beschietingen.
Wel stelde de Raad vast dat de mishandeling van appellants vader vaststond en dat appellant daarvan getuige was geweest, op basis van zijn eigen verklaring en die van zijn zuster. Dit betekent dat appellant getroffen is door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens een ondeugdelijke grondslag en bepaalde dat verweerster een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerster veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster moet een nieuw besluit nemen waarbij appellant als burger-oorlogsslachtoffer wordt erkend.