ECLI:NL:CRVB:2010:BM7035
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.L.C. Hermans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervolgde Wuv wegens ontbreken vrijheidsberoving tijdens Japanse bezetting
Appellant, geboren in 1939, diende in juni 2007 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als vervolgde in de zin van de Wet uitkering vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië vrijheidsberoving had ondergaan in het dorp Miei op Nieuw-Guinea.
Verweerster wees de aanvraag af op 27 maart 2008 en handhaafde dit besluit na bezwaar. De Centrale Raad van Beroep moest beoordelen of appellant terecht was afgewezen. De Raad stelde vast dat uit verklaringen van twee oudere zusters en een jongere broer van appellant geen melding van internering bleek. Ook was niet gebleken dat in Miei een interneringssituatie had bestaan.
Daarnaast toonde het sociaal rapport aan dat Miei kon worden verlaten met toestemming van Japanse bewakers, wat duidt op bewegingsvrijheid die niet strookt met de definitie van vrijheidsberoving onder de Wuv. De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij vervolging in de zin van de Wuv had ondergaan en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om als vervolgde Wuv te worden erkend wordt afgewezen.