ECLI:NL:CRVB:2010:BM7062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks geschil over medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ontving sinds 1993 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Bij besluit van 26 maart 2007 werd deze uitkering ingetrokken na een herbeoordeling volgens het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (aSB). Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de beperkingen waren onderschat en dat sprake was van een situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden (GDBM).
De rechtbank vernietigde het besluit van 31 juli 2007 en beval het UWV tot een nieuw besluit. Het UWV handhaafde daarop de intrekking met een nadere medische en arbeidskundige onderbouwing. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onvoldoende was, onder meer vanwege migraineklachten en een hartinfarct in 2008, en dat de arbeidskundige functies niet passend waren.
De Raad overwoog dat er geen objectieve medische aanknopingspunten waren voor GDBM of voor beperkingen door het hartinfarct op de datum in geding. De relativering van beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 24 juli 2007 was onvoldoende onderbouwd voor fysieke belastbaarheid, maar de zwaardere FML van 29 januari 2007 leidde tot drie medisch passende functies met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De Raad vernietigde het besluit van 3 juni 2009, maar handhaafde de rechtsgevolgen en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 27 mei 2007 wordt bevestigd, het besluit van 3 juni 2009 wordt vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen.