ECLI:NL:CRVB:2010:BM7197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- N.M. van Waterschoot
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens niet-schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds oktober 2005 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme melding werd een onderzoek ingesteld naar haar rechtmatigheid van bijstand, waarbij werd vastgesteld dat zij niet alle gevraagde gegevens, zoals bankafschriften en documenten over een woning in Turkije, had verstrekt. Het College trok de bijstand per 1 april 2006 in wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze stelde vast dat de beoordeling zich beperkte tot de periode van 1 april tot 30 mei 2006. Uit nader ingediende stukken bleek dat appellante een negatief saldo had op de betreffende bankrekening en dat de verkoop van de woning in Turkije en Nederland na deze periode plaatsvond.
De Raad concludeerde dat appellante in de te beoordelen periode niet beschikte over vermogen dat het recht op bijstand uitsloot. Daarom was het College niet bevoegd de bijstand in te trekken. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het intrekkingsbesluit en bepaalde dat het College het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit bijstand per 1 april 2006 wordt vernietigd omdat appellante in de relevante periode niet beschikte over vermogen dat bijstand uitsloot.