ECLI:NL:CRVB:2010:BM7205
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning Wubo-uitkering
Appellante, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode betrokken was bij gevaarlijke situaties, waaronder een vlucht vanuit Soerabaja via Batavia naar Bandoeng en bombardementen in Bandoeng.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af, en deze afwijzing werd gehandhaafd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat appellante zich in een levensbedreigende situatie bevond tijdens de genoemde gebeurtenissen. De vlucht naar het kamp Tjihapit vond plaats zonder directe beschietingen, en hoewel de situatie dreigend was, voldeed dit niet aan de criteria van een calamiteit zoals bedoeld in de Wubo.
De Raad concludeerde dat appellante niet direct betrokken was bij beschietingen en dat de vlucht van haar moeder met de kinderen tijdig en begrijpelijk was, maar onvoldoende om erkenning te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van directe betrokkenheid bij levensbedreigende situaties.