ECLI:NL:CRVB:2010:BM7209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek door UWV
Appellante, die voorheen als kantinemedewerkster werkte en sinds 1993 een WAO-uitkering ontving, meldde zich in 2007 ziek vanwege rugklachten. Na medisch onderzoek door de arts van het UWV werd zij hersteld verklaard en werd haar ziekengeld ingetrokken per 18 december 2007. In bezwaar en beroep werd het oordeel van het UWV bevestigd, waarbij de rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad benadrukte dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid, maar dat als de verzekerde geschikt is voor gangbare arbeid, deze als maatstaf geldt. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie in hoger beroep, ondanks toezeggingen, waardoor het standpunt van het UWV ongewijzigd bleef.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht oordeelde dat appellante geschikt is voor passende functies en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak dat zij geen recht heeft op ziekengeld. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan bijzondere bestuursrechtelijke bepalingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het ziekengeld wordt bevestigd.