ECLI:NL:CRVB:2010:BM7215

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3079 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 8:75 AwbArt. 17 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak over vergoeding medische fitness

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak waarin zijn beroep tegen de afwijzing van een vergoeding voor medische fitness ongegrond was verklaard. Hij stelde als nieuw feit dat de fitness ten tijde van zijn aanvraag tijdelijk plaatsvond in een voor iedereen toegankelijk sportcentrum, in plaats van het gezondheidscentrum waar normaal de medische fitness plaatsvindt.

De Raad oordeelde dat dit feit niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het verzoeker bekend had kunnen zijn vóór de uitspraak. Daarnaast concludeerde de Raad dat het verzoek feitelijk een hernieuwde discussie over reeds bekende gegevens betreft, wat niet het doel is van het rechtsmiddel herziening.

Daarom wees de Raad het verzoek om herziening af en zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 mei 2010.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/3079 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 december 2008, 08/535 WUBO,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 20 mei 2010
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij brief van 31 mei 2009 verzocht om herziening van bovenvermelde uitspraak.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2010. Daar is verzoeker verschenen en heeft verweerster zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 17 van Pro de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
Bij bovenvermelde uitspraak is een beroep van verzoeker tegen een afwijzing van een vergoeding voor medische fitness ongegrond verklaard.
1.3. Verzoeker heeft desgevraagd als novum aangegeven dat de fitness ten tijde van zijn aanvraag tijdelijk plaatsvond in een sportcentrum, dat voor iedereen toegankelijk was. Dit was echter een toevallige omstandigheid omdat het gezondheidscentrum verbouwd werd. Normaal vindt medische fitness plaats in het gezondheidscentrum. Verzoeker wist dit niet bij de behandeling van het beroep destijds. Hiermee wordt echter niet voldaan aan de drie in artikel 8:88 van Pro de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden. De Raad ziet niet in dat dit feit niet al vóór de uitspraak van de Raad aan verzoeker bekend had kunnen zijn. De Raad komt dan niet toe aan de vraag of dit feit, indien dit eerder bekend was geweest bij de Raad, tot een andere uitspraak zou hebben kunnen leiden.
1.4. Van al hetgeen verzoeker overigens naar voren heeft gebracht moet de Raad vaststellen dat met het onderhavige verzoek is beoogd op basis van reeds bekende gegevens een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie te voeren.
2. Het voorgaande betekent dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.
3. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2010.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M. Lammerse.
HD