ECLI:NL:CRVB:2010:BM7222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, die sinds 1997 arbeidsongeschikt was vanwege lage rugklachten en een WAO-uitkering ontving, meldde zich in oktober 2007 ziek vanwege linkervoetklachten. Na onderzoek door verzekeringsartsen oordeelde het UWV dat appellant vanaf 17 december 2007 niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid en beëindigde de Ziektewet-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn klachten verergerd waren en dat er onvoldoende medisch onderzoek was gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor ten minste één van de functies die in het kader van de WAO-schatting waren geselecteerd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de medische rapportages voldoende onderbouwd waren en dat appellant, ondanks zijn klachten, geschikt werd geacht voor zittend werk. De door appellant overgelegde medische stukken gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad concludeerde dat het beëindigen van de Ziektewet-uitkering terecht was en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij geschikt is voor arbeid vanaf 17 december 2007.