ECLI:NL:CRVB:2010:BM7248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellant, voorheen werkzaam als schoonmaker, ontving na 52 weken arbeidsongeschiktheid geen WAO-uitkering vanwege geschiktheid voor passende functies. Na ziekmelding in december 2006 met lichamelijke en psychische klachten, werd appellant in april 2007 hersteld verklaard en is de Ziektewetuitkering beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, waarbij meerdere medische rapporten werden betrokken. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde de eerdere beoordeling en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de ernst van zijn klachten werd onderschat, dat nieuw ingebrachte informatie buiten beschouwing werd gelaten en dat een onafhankelijke deskundige had moeten worden ingeschakeld. De Raad overwoog dat 'zijn arbeid' de laatstelijk verrichte arbeid betreft, tenzij de verzekerde geschikt is voor gangbare arbeid volgens WAO-beoordeling. De Raad bevestigde dat appellant geschikt is voor ten minste één van deze functies en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad achtte de nieuwe medische informatie die na de datum in geschil was ingediend niet relevant voor de beoordeling op de datum van beëindiging. Ook zag de Raad geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. De aangevallen uitspraak werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor passende arbeid.