ECLI:NL:CRVB:2010:BM7285
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen berekeningsbeschikking Wubo inzake loonheffing bij verblijf in Duitsland
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, ontving een periodieke uitkering volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hij maakte bezwaar tegen een berekeningsbeschikking waarin werd vastgesteld dat op zijn uitkering vanaf 1 januari 2008 geen loonheffing werd ingehouden. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard omdat appellant volgens het bestuursorgaan niet in Nederland maar in Polen woonachtig was, en het belastingverdrag met Polen de heffing aan dat land toewijst.
In beroep stelde appellant dat hij niet in Polen, maar in Duitsland was gevestigd, wat werd ondersteund door een inschrijvingsbewijs van de stad Emmerich vanaf 2001. De Raad onderzocht de vraag of het besluit stand kon houden en concludeerde dat Nederland ook met Duitsland een belastingverdrag heeft waarbij de heffing aan het andere land is toegewezen. Aangezien appellant langdurig in Duitsland woont, is het terecht dat geen loonheffing in Nederland is ingehouden.
De klacht over belastingheffing op een nabetaling uit 1998 werd buiten beschouwing gelaten omdat de berekeningsbeschikking van 31 maart 2008 daarop geen betrekking had. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit dat geen loonheffing wordt ingehouden op de periodieke Wubo-uitkering is ongegrond verklaard.