ECLI:NL:CRVB:2010:BM7314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid stopzetting bezoldiging wegens nalaten dienst te verrichten na strafontslag
Appellant was sinds 1998 werkzaam als controller bij de Belastingdienst en werd in 2004 ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim, waaronder het verrichten van ongetoetste nevenwerkzaamheden. Dit ontslag werd in 2006 herroepen onder voorbehoud van hoger beroep, waarna appellant een passende functie werd aangeboden. Ondanks meerdere sommatiebrieven en de mogelijkheid om nevenwerkzaamheden te laten toetsen, weigerde appellant de opgedragen werkzaamheden aan te vangen en gaf hij geen duidelijkheid over zijn nevenactiviteiten.
De minister besloot daarom op grond van artikel 14 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) de bezoldiging van appellant vanaf 15 januari 2007 stop te zetten. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij wel beschikbaar was voor werk en aanspraak had op salaris. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat appellant wel procesbelang had.
De Raad concludeerde dat appellant opzettelijk naliet zijn dienst te verrichten, ondanks de gegeven sommaties en de mogelijkheid tot buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging. Het niet aanvaarden van de opgedragen werkzaamheden en het ontbreken van medewerking aan toetsing van nevenwerkzaamheden rechtvaardigde de stopzetting van salaris. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De stopzetting van de bezoldiging van appellant wegens opzettelijk nalaten van dienstverrichting is rechtmatig verklaard en het beroep ongegrond.