ECLI:NL:CRVB:2010:BM7388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toelating tot vrijwillige AOW-verzekering voor gewezen verzekerde woonachtig in EU-lidstaat
Appellante, een gewezen verzekerde van de Algemene Ouderdomswet (AOW), verzocht om toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering over de periode 2000-2005. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellante niet verplicht verzekerd zou zijn geweest voor een tak van de Nederlandse sociale zekerheid en omdat zij in de periode 2000 tot 2004 in Polen woonde, dat toen nog geen EU-lidstaat was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde de Svb dat appellante vanaf 1 mei 2004, de datum van toetreding van Polen tot de EU, wel degelijk in aanmerking komt voor vrijwillige verzekering. De Raad vernietigt het eerdere besluit en verklaart het beroep gegrond voor de periode vanaf 1 mei 2004 tot 1 januari 2006.
De Raad overweegt dat toelating tot vrijwillige verzekering over periodes waarin appellante niet woonde in een EU-, EER-lidstaat of Zwitserland buiten het toepassingsbereik van de regeling valt. Daarom hoeft de Svb appellante niet toe te laten tot vrijwillige verzekering over de periode 1 januari 2000 tot 1 mei 2004. De Svb dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en appellante wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Appellante wordt toegelaten tot vrijwillige AOW-verzekering vanaf 1 mei 2004 tot 1 januari 2006; voor de periode daarvoor niet.