ECLI:NL:CRVB:2010:BM7561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- T.J. van der Torn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellant, voormalig glazenwasser, meldde zich ziek op 11 oktober 2005 en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV wees dit verzoek op 28 september 2007 af wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functionele beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn rug- en bekkenklachten onvoldoende waren meegewogen en dat de rechtbank medische informatie onjuist had geïnterpreteerd. Tevens stelde hij dat ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen. De Raad overwoog dat de functie magazijnmedewerker was komen te vervallen en dat de functies inpakker, productiemedewerker industrie en medewerker tuinbouw passend waren, waarbij appellant niet beperkt is in zitten.
De Raad vond de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige overtuigend en verwierp de bezwaren van appellant. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees de WIA-uitkering af. Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten in beroep en hoger beroep, omdat de functie inpakker pas in hoger beroep was toegelicht.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.