ECLI:NL:CRVB:2010:BM7985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen vaststelling aanvullende beurs wegens ontbrekende inkomensgegevens
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister om de aanvullende beurs over het studiefinancieringstijdvak 2009 voorlopig op nul te stellen vanwege het ontbreken van inkomensgegevens van haar ouders over 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad constateert dat het beoogde resultaat van toekenning van de aanvullende beurs over 2009 inmiddels is bereikt door een nadere beslissing van 27 maart 2010. Hierdoor ontbreekt belang bij verdere beoordeling van het hoger beroep over 2009. De geschilpunten over de jaren 2007 en 2008 zijn niet aan de orde in deze procedure.
Het verzoek om schadevergoeding wegens vermeend onbehoorlijk bestuur wordt afgewezen. De Raad oordeelt dat de Minister niet in gebreke is gebleven, aangezien de vereiste inkomensgegevens destijds niet beschikbaar waren ondanks uitwisseling met de Belastingdienst. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.